08/08 Over en weer Montenegro

Het is 4u30 als twee straathonden het in Trebinje met elkaar aan de stok krijgen en de ongelukkige van beiden zijn wonden likt middels een schier eindeloos aanhoudende jeremiade, net onder mijn open raam. Slaap wordt ingeruild voor wat blog knutselen. Even later dringt de zon de kamer binnen en kondigt een stralende dag aan. 
De stralende zon zal een ganse dag mijn metgezel zijn, Montenegro in, richting Kotor baai, omhoog slingerend door de serpentijn over het Lovcen gebergte naar Cetinje, binnendoor naar Rijeka Crnojevica waar een pittige wandeling op het programma staat, en zo binnendoor de bergen in richting Podgorica - Niksic -Trebinje. Pittige dagschotel - maar vooral ook erg mooi en met het prachtige weer belooft het een perfect motor-tripje te worden. (het verkleinwoord in tripje is wel wat misplaatst)

Ik kies voor een piepkleine weg in de bergen om de grens met Montenegro over te steken en ga ervan uit dat daar vast geen file zal staan bij de douanebeambten. Bovendien is luttele meters voor de grensovergang een klein kerkje met een begraafplaats die naar goed Bosnische traditie een Erezaak maakt van de nagedachtenis der overledenen middels het met veel poeha en toeters en bellen vereeuwigen van de ontvallen geliefde in de vorm van een in grafsteen-marmer gebeiteld aandenken. Ik ga er op zoek naar de grafsteen van een overleden motard waar ik in mijn prospectie en planning van deze trip online op botste. Met het kerkje, de begraafplaats en de bewuste grafsteen loopt alles vlot maar enkele meters verder bij de grensovergang draait mijn planning in de soep: "only for locals", herhaalt de douanebeambte vaker dan mij lief is. Als ik hem mijn navigatie toon, rakelt hij bijkomende argumenten op: "no houses there" en "very very bad road". Geen bewoning vind ik eerder een troef dan een nadeel en bij de bad roads kan ik me wel wat voorstellen want de smalle bergpas waarlangs ik tot hier gekomen ben grossierde in kuilen, putten en losse keien. Ik mag vinden, denken en voelen wat ik wil, er is geen doorkomen aan. Ik moet rechtsomkeer maken en vijftien kilometer verderop via Klobuk Montenegro in. Intussen stopt er zo'n local die mij in z'n beste Bosnisch attent maakt op de zwaar met roest aangeslagen uitlaat van de Kawa. Ik haal mijn schouders op en hij begint luidop te lachen :-)


De omweg is tijdverlies maar geen straf: de weg slingert door de bergen over nagenoeg perfect asfalt en de omgeving is adembenemend. En dat geldt ook voor de vergezichten bij de grensovergang trouwens. Eens in Montenegro houdt het motorparadijs in alle glorie aan. De weg naar Kotor is een feestweg. De baai zelf is naarmate je Kotor nadert een georganiseerd chaotisch verkeersinfarct van onvervalste Balkan makelij. In het kielzog van enkel lokale jonge en wilde city-bikers smijt ik mij mee tussen de talloze toeristenbussen en -wagens door. Zo bereik ik best snel een van de wegen die mij het nauwst aan het hart ligt: de serpentijn tussen Kotor en Cetinje: een schier onophoudelijk steil opgaande aaneenschakeling van haarspeldbochten, aan elkaar geregen via een smalle bergweg. De schoonheid, de fun en de betoverende views zijn intact. Met toegenomen toerisme en groeiende bekendheid van deze unieke weg met z'n waanzinnig mooie kijk op Kotor-view, is echter ook het gevaar toegenomen. Lekker relax van bocht naar bocht scheuren is niet meer aan de orde. Er zitten mini- en maxi-bussen op het traject, die bij elke bocht minutenlang hun draaicirkel tussen de smalle rotsen en ravijn-randen mikken. Ik had er geen last van want ze lieten me gewillig passeren, maar moest ik er nog eens met de auto komen, zou ik de serpentijn links laten liggen; zonde toch, want laat ik deze feestweg nu net ontdekt hebben in een kleine huurauto geflankeerd door een van de founding fathers van de lorejassen!
Het feestwegen-plezier blijft ook na het Lovcen-gebergte aan de orde, tot ik uiteindelijk voor een kleine smalle bergpas binnendoor opteer en helemaal alleen op de wereld over kapotte wegen door de bossen op de bergflank afdaal naar de tot dusver onontdekte parel Rijeka Crnojevica. Als ik het ontiegelijk kleine dorpje langzaam binnen glij geeft de eerste local die er langs de kant zit mij een duim omhoog, al was het maar om zijn sympathie te laten blijken voor de zeldzame zot die zich langs die kant een weg baant tot zijn dorp. Ik rij nog een stuk verder voor wat vergezichten en uitkijkpunten op de unieke bocht die het Skadarska Jezero - het grootste Meer van de Balkan - in deze uithoek maakt. De views zijn adembenemend mooi maar de weg ernaar is levensgevaarlijk: beklemmend smal en een opeenstapeling van elkaar snel opeenvolgende blinde bochten. In combinatie met het roekeloze rijgedrag van de Bosnische medemens - en bij extentie van bijna elke Balkan burger - een erg hachelijke onderneming. Ik claxoneer vrijwel constant over het hele traject om mijn aankomst bij elke nauwe (haarspeld)bocht aan te kondigen en desondanks sta ik tot drie keer toe na een noodstop bijna voorband tegen bumper stil. Ik ben opgelucht dat ik de Kawa zowaar even aan de kant kan duwen en wat kan gaan wandelen.
De wandeling onder een loden zon steil de berg omhoog is ondanks de schaduw van het bos een pittige beproeving. Ik raak meer dan eens het spoor bijster en blij dat ik een kleine twee uren later terug aan mijn Kawa ben; ik ben toe aan water, pils en rust. Van het eerste neem ik veel, van het tweede een beetje en het derde schiet er aan over. Wijle weer weg - richting Podgorica, Niksic en vervolgens Trebinje. Niksic voorbij geven alle verkeersborden aan dat de weg naar Trebinje ingevolge wegwerkzaamheden is afgesloten. Van omleidingen geen sprake. Ik keer op mijn stappen terug en ga ter hoogte van Niksic tanken. Daar tref ik twee gestrande Italiaanse families die proberen kaartlezen om te achterhalen hoe ze nu nog in Kroatië raken. Ik haal verhaal bij de pompbediende die me aanmaant toch voor de weg naar Trebinje te opteren. "Er zijn wegwerkzaamheden en dus vertraging maar de verkeersborden 'afgesloten' staan er maar om mensen af te schrikken." Ik kan met mijn hoofd niet bij deze waanzin maar de Italianen blijken allerminst verbaasd. En dus met z'n allen toch maar via Niksic terug naar Trebinje. Tijdens de enige lange stop op het traject tref ik twee Montenegrijnse motards die me uitnodigen met hen mee te rijden. Dat doe ik graag, te meer snel blijkt dat ze over uitstekende terreinkennis beschikken. Van zodra het licht op groen springt snellen ze er in een rotvaart vandoor en ik moet maar volgen zonder me zorgen te maken over rijlijnen of snelheden; gewoon aanhaken en mee gassen en slingeren. Zo raak ik rond 19u30 in Trebinje en kan een punt achter deze mooie moto-dag. 

Morgen met een beetje pijn in het hart mijn stek in Trebinje verlaten, op naar Visegrad.